defensie

DEFENSIE

 

VISIENOTA 'DEFENSIE XXII'

 

 

INVOERING VAN DE MILITAIRE DIENST VOOR IEDEREEN

 

ten geleide:

 

 

Defensie moet zich letterlijk toeleggen op defensie: de verdediging van het grondgebied en de rechten en vrijheden van de burgers. Wie oorlog wil vermijden moet zich verder toeleggen op een actieve vredespolitiek, vredesmissies en vredeshandhaving.

 

Dit vergt een radicale hervorming van het huidige leger en herschikking van het defensiebudget.

 

Wij zijn geen pacifisten en begrijpen de noodzaak om rechten en vrijheden te verdedigen, desnoods met militaire middelen. We zijn niet naïef genoeg om te denken dat alle andere naties het altijd goed met ons voorhebben en onze eigen geschiedenis leert ons dat gewapende verdediging soms het ultieme middel is. Daarop moeten we ons voorbereiden.

Militaire dienst voor iedereen

 

Zoiets kan alleen met een volksleger dat bestaat uit de gehele bevolking. In die zin zijn we voor de instelling van een militaire dienst van twee jaar voor iedereen. We willen die dienst natuurlijk vrijwillig houden, met een marktconform loon voor de laagste graden en aangepast loon voor hogere graden. In functie daarvan wordt het Belgisch leger hervormd tot een leger van milities.

 

Het idee achter die militaire dienst is eenvoudig: in een asymmetrische situatie kan alleen de bevolking in haar totaliteit eventuele vijanden verslaan. Dat is de les uit de Vietnamese oorlog, uit de Algerijnse bevrijdingsoorlog en andere antikoloniale oorlogen. Die werden telkens gewonnen door het gekoloniseerde volk dankzij de massale deelname van de bevolking en tegen de militaire overmacht van de kolonisator. Het is overigens ook een les uit WOII waarbij de rol van de Partizanen niet overschat kan worden.

 

Wie evenwel zijn familie, buren en rechten en vrijheden wil beschermen tegen een buitenlandse vijand, moet daartoe over de nodige opleiding en middelen beschikken. In ons voorstel krijgt elk militielid een wapen mee naar huis - zoals in Zwitserland. Dit kan evenwel pas na een gedegen opleiding die volgens ons moet bestaan uit minstens deze vier onderdelen:

 

• politieke scholing: wie de maatschappij en de rechten en vrijheden wil verdedigen, moet voldoende inzicht hebben in de werking van de samenleving en moet die in alle facetten kennen en doorgronden. In functie daarvan volgt elk kandidaat militielid een politieke opleiding die focust op de ontwikkeling van rechten en vrijheden.

• sociale scholing (6 maanden): een gedegen kennis van de concrete samenleving is eveneens onontbeerlijk. De verdediging gebeurt in functie van de meest kwetsbaren. Het is dus fundamenteel dat de milicien kennis heeft van de concrete leefwereld van de meest kwetsbaren. In functie daarvan werkt het militielid gedurende zes maanden in de sociale sector: hulp aan daklozen, verzorging van bejaarden, werking met kinderen, mensen met een handicap, opvang van vluchtelingen, enz.

• wereld scholing (6 maanden): de milicien moet niet alleen het binnenland kennen, maar zal mogelijk ook ingezet worden voor vredesmissies in het buitenland. Ervaring met andere culturen en tradities is dus onontbeerlijk. In functie daarvan zal de milicien een dienst voldoen in het buitenland in het kader van wederzijdse ontwikkelingsprojecten en vredespolitiek. Hij zal ingezet worden in het kader van voedselveiligheid, bestrijding van natuurrampen, onderwijs, gezondheidszorg, vrouwenrechten in regio’s waarmee we samenwerkingsakkoorden afsluiten.

• militaire opleiding (6 maanden): tot slot krijgt de milicien een militaire opleiding. Die is enerzijds gefocust op vredespolitiek en anderzijds op kennis van en het gebruik van kleine wapens. Er wordt bijzonder aandacht besteed aan het opruimen van land-, persoons- en zeemijnen. Maar evengoed de technieken van guerriila-oorlogen en asymmetrische oorlogsvoering, democratische besluitvorming, solidariteit en uithouding. Deze opleiding loopt verder bij elke heroproeping.

 

Wie deze opleiding gedurende twee jaar met succes volgt, krijgt zijn wapen mee naar huis (zonder munitie) en wordt met regelmaat opgeroepen voor bijscholing. Zij of hij zal ook sneller toegang krijgen tot bepaalde functies binnen het ambtenarenstatuut en een bonus krijgen op het pensioen.

 

De Belgische Defensie lijkt vandaag op een Mexicaans leger waarbij iedereen generaal is. Het is met andere woorden een waterhoofd, met een staf die te zwaar is. We voorzien geleidelijke op pensioenstelling (met behoud van alle rechten) voor een groot deel van de staff en wie zich niet kan vinden in de moderne visie op het leger.

 

 

Financiën

 

We financieren het geheel door een aantal budgetten samen te leggen.

 

In eerste instantie dat van Defensie zelf. Dat budget bedraagt momenteel 3,9 miljard (0,91% van het BBP) en er is een stijging voorzien naar 5 miljard in het huidige beleid. Die stijging blijft behouden. Tegelijkertijd werd voor Defensie een investering voorzien van 9 ,2 miljard (onder meer voor de aankoop van Fregatten en de vervanging van de F16). Die investeringen worden geschrapt; we behouden de investering in de mijnenvegers en kopen in plaats van nieuwe jachtbommenwerpers met nucleaire capaciteit vervangingstoestellen voor de Hercules die ingezet kunnen worden voor transporten in geval van humanitaire crises. We gaan ook opnieuw investeren in de capaciteit voor de ontmijning van antipersoonsmijnen waarin België een voortrekkersrol heeft gespeeld. Verder voorzien we bij FN Herstal de grootschalige aankoop van vuurwapens en verder investeren we in antitankraketten en luchtdoelraketten.

 

Een deel van het budget halen we uit ontwikkelingssamenwerking. Gezien alle militieleden zes maanden in het buitenland actief zullen zijn in sociale, economische of ecologische projecten, lijkt die verschuiving ons terecht. Ze zal ten goede komen van de huidige partners waarmee we onze afspraken behouden. Het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking - dat vandaag 1,8 miljard bedraagt (0,4% van het BNP) - wordt overigens opgetrokken tot 2% van het BNP.

 

Een derde deel komt uit de sociale sector. Aangezien de miliciens ook daar systematisch zullen ingezet worden, zullen ze voor een deel door dat budget betaald worden.

 

Een laatste poot is tenslotte de sociale zekerheid, met in het bijzonder de werkloosheidsuitkeringen en het leefloon. We rekenen erop dat dat nogal wat mensen die vandaag afhangen van een minimumloon of een uitkering die lager is dan het Europees minimumloon hun talenten en energie zullen willen investeren in de geboden opleidingen, de sociale dienst die ze de samenleving kunnen bieden en het verdedigen van hun rechten en vrijheden.

 

Het aantal personeelsleden van Defensie wordt gezien de strategische herschikking niet verminderd van 32.000 naar 25.000 maar opgetrokken naar 80.000 in een eerste fase en 150.000 op termijn. Alle miliciens krijgen een marktconform loon met anciënniteit en behoud van alle rechten. Hun dienstperiode geldt ook voor hun pensioen. Wie zijn legerdienst heeft vervuld, krijgt bij voorrang toegang tot het statuut van vastbenoemd ambtenaar en een pensioenbonus.

 

We herzien alle betalingen en verplichtingen mbt de NATO aangezien we daar uittreden.

 

 

actieve vredespolitiek en vredesmissies

 

We keren terug naar de basis van de Vlaamse Beweging en stellen als doel ‘Nooit meer Oorlog’. Maar net zoals oorlog, vergt ook vrede een actieve politiek, opleidingen, materiaal, initiatieven en dus een actieve betrokkenheid. We willen van ons land een toonbeeld maken als het gaat om actieve vredespolitiek. We stellen onze manschappen en materiaal ter beschikking om:

 

- gevolgen van gewapende conflicten te verlichten: ontmijning, medische ondersteuning, ontwikkelingssamenwerking.

 

- actieve diplomatie rond gewapende neutraliteit: we leiden ons diplomatenkorps op en stellen het ter beschikking voor bemiddeling in potentiële conflictgebieden

 

- vredeshandhaving te voorzien: onze militieleden komen tussen bij gewapende conflicten om gedemilitariseerde zone’s te realiseren, om conflicterende partijen te ontwapenen, vredesgesprekken te faciliteren, enz.

 

- Hervorming van de Koninklijke Militaire Hogeschool. Behalve een strikt militaire opleiding, wordt daar een volledig nieuwe studierichting uitgebouwd rond het concept ‘vredespolitiek’.

Wij spreken ons principieel uit tegen elk offensief wapengebruik of wapendreiging. Offensief betekent dat het wapengebruik of de dreiging tot doel heeft een land, grondstoffen, kapitaal (roerend of onroerend), grond- of afzetgebied, mensen en/of een volk tot zelfs een politiek regime (hetzij als ideologie, hetzij als maatschappelijk bestel) te veroveren.

 

Recente ontwikkelingen (Catalonië, Iraaks Koerdistan, Rojava) hebben ook aangetoond dat er een rechtstreeks verband is tussen de soevereiniteit van een volk of natie en de militaire middelen die het ter beschikking heeft om die soevereiniteit te handhaven en doen gelden. Men kan maar autonoom zijn in de mate waarin ofwel anderen die autonomie gunnen of men die concreet kan afdwingen.

 

Voor onze analyse en voorstellen, baseren we ons in grote mate op de recente ervaringen van de Koerdische zelfverdedigingseenheden YPG / YPJ in Rojava. Maar evengoed zoeken we inspiratie in het Zwitsers leger, de antikoloniale strijd zoals die gevoerd werd door Vietnam en andere volkeren en de ervaring van Costa Rica. Dat laatste land schafte per decreet haar leger af in 1948 en bleef op die manier - en in tegenstelling tot alle buurlanden - gevrijwaard van burgeroorlogen en staatsgrepen.

 

We bepleitten een actieve vredespolitiek en een gewapende neutraliteit. Concreet betekent dat dat we ons in eerste instantie terugtrekken uit de NATO en de NATO ook verzoeken elders een nieuw hoofdkwartier op te zetten. We willen op dat gebied het Zwitsers model volgen en ons positioneren als een land dat letterlijk haar defensie ter harte neemt, maar vooral een politiek wil voeren gericht op vrede. We stappen af van het adagium ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, moet de oorlog voorbereiden). Dat adagium werd veelal gebruikt om een extern vijandbeeld te creëren en zoals de geschiedenis heeft aangetoond sinds Plato, heeft het nooit tot vrede geleid. Wie vrede wil, moet niet de oorlog voorbereiden natuurlijk, maar de vrede zelf. En ook dat vergt een actieve politiek met een concreet budget, personeel, middelen en materiaal.

 

 

Het militair-industrieel complex.

 

 

Het militair-industrieel complex is een bundeling van de belangen van het politieke leiderschap, het militaire leiderschap en de wapenindustrie. De uitdrukking werd vooral bekend door president (en oud-generaal) Eisenhower. In zijn afscheidsboodschap aan het Congres en de Strijdkrachten op 17 januari 1961 waarschuwde hij de Amerikanen voor een vervlechting van de belangen en de invloed van het militair-industrieel complex. Men spreekt van een militair-industrieel complex wanneer er sprake is van een sterke lobby door vertegenwoordigers van de militaire industrie, indien er talrijke persoonlijke contacten bestaan tussen vertegenwoordigers van het leger, de politiek en de wapenindustrie en politici of hoge militairen ook functies in de wapenindustrie vervullen. In die situatie is ons land verzeild, zoals blijkt uit het dossier van de vervanging van de F16. Wie daarover meer wil weten, verwijzen we graag door naar de film Shadow World en de dossiers waarop die Belgische documentaire van Johan Grimonprez is gebaseerd.

 

Een dergelijk complex verdedigt niet de rechten en vrijheden van de burgers maar de economische belangen van de militaire industrie. Dat kan gebeuren door een beroep te doen op het argument van de werkgelegenheid, compensaties bij aankoop van militair tuig, toegang tot militaire technologie of rechtstreekse economische belangen van aandeelhouders uit de wapennijverheid.

 

Sinds de aanslagen van 11 september en de zogenaamde strijd tegen terrorisme zien we ook in Europa dat het militair-industrieel complex deels geëvolueerd is tot een veiligheidindustrieel complex, waarin de beveiligingsindustrie nauw samenwerkt met de overheid, onder meer voor het observeren of bespioneren van burgers. Ook dat is een aanslag op onze rechten en vrijheden.

 

Dit complex is niet in ons belang en we moeten de verbanden tussen politici, militairen en die industrie doorsnijden. Wat we aan bewapening nodig hebben, moet het resultaat zijn van onze eigen ondustrie in handen van de gemeenschap, zoals de Fabrique National de Herstal.

 

 

Asymmetrische oorlog

 

Een soeverein land moet in staat zijn haar politiek en bevolking en de rechten en vrijheden te beschermen tegen buitenlandse vijanden. Gezien de omvang van ons land, kan dat niet met een traditioneel leger. Een invasie, zo leert onze geschiedenis, duurt hier maar achttien dagen als we beroep doen op een professioneel leger. De grootte van ons land verplicht ons ofwel tot het aangaan van allianties ofwel tot asymmetrische defensie.

 

De huidige alliantie is een probleem; de NATO houdt zich niet aan de afspraken die met de Sovjet-Unie werden gemaakt. Ons leger wordt betrokken bij conflicten die niet de onze zijn. Zo hebben onze F16s gebombardeerd in Afghanistan, in Irak, In Libië en doen ze dat nu nog in Syrië. Die bombardementen werden ons verkocht onder het mom van ‘humanitaire interventies’ en de R2P (responsability to protect) maar het is duidelijk dat ze vooral de politiek en strategie van de VS dienen. Ze hebben onze veiligheid ook niet vergroot: alle bomaanslagen met islamistische inslag in ons land, dateren van na de interventies in Afghanistan en Irak. Dergelijke oorlogen waaraan we hebben deelgenomen, komen vroeg of laat ook terug naar huis; wie elders bommen gooit, moet er ook thuis verwachten. We willen uit die logica en dus uit de NATO.

 

Er rest ons dus het concept van asymmetrische defensie of oorlogsvoering. Concreet betekent dat een conflict waarbij de middelen van oorlogvoerende partijen fundamenteel van elkaar verschillen en dus ook hun strategie. In essentie probeert de ene partij de karakteristieke zwakheden van de tegenstander uit te buiten. Het gaat veeleer om onconventionele oorlog waarbij de zwakkere partij haar beperkingen in bewapening of manschappen compenseert door toepassing van andere strategieën die niet noodzakelijk militair moeten zijn.

 

Dat zoiets efficiënt is, illustreert de strijd van talloze gekoloniseerde volkeren met als meest duidelijke voorbeeld de strijd van het Vietnamese volk tegen kolonisatoren Frankrijk en de VS of recenter, Rojava tegen IS. Het is ook het concept van het Zwitsers Volksleger.

 

 

 

contacteer ons

 

Email: info@volksbeweging.be

Phone: 0486 499 453

VolksBeweging.be

Copyleft. Delen mag zonder winstoogmerk

volg ons, deel onze berichten

 

Op facebook, mediarevolt en twitter